De onder- en bovengrens bij schade
Ondergrens
Stel dat je een vogelhuisje aan een boom wilt hangen. Dan sla je een spijker in de stam en hangt het vogelhuisje vervolgens aan die spijker. Is er dan schade aangebracht aan die boom? Het antwoord is dan onvermijdelijk ja!
Bovenstaande zijn slechts zeer lichte schade. Daarom wordt bij bomen een ondergrens gehanteerd. Zit de schade beneden die ondergrens dan wordt dit gezien als ‘zonder schade’, immers dergelijke schades hebben geen of slechts minimale gevolgen voor de – groei van – de boom.
De Leidraad stelt de volgende ondergrenzen:
Schade aan het wortelgestel:
Het verlies van 5% aan stabiliteitswortels zal niet leiden tot schade. Voor het overig deel is van de wortels is dat 33%.
Schade aan de stam:
Is de bastschade in breedte minder dan 25% van de omtrek van de stam is, dan geeft dat geen schade.
Schade aan de kroon:
Schade in de blijvende kroon van minder dan 10% van het kroonvolume geeft geen schade.
In het boek van de Leidraad wordt hier uitgebreider op in gegaan.
Bovengrens
Als er een ondergrens is er ook een bovengrens. Indien het schadepercentage hoger is dan de bovengrens kan de boom direct als totaal verloren worden beschouwd.
De Leidraad stelt de volgende bovengrenzen:
Schade aan het wortelgestel:
Het verlies van 25% aan stabiliteitswortels of meer zal leiden tot totaal verlies van de boom.
Schade aan de stam:
Is de bastschade in breedte meer dan 67% van de omtrek van de stam geeft totaal verlies van de boom.
Schade aan de kroon:
Schade in de blijvende kroon van meer dan 50% van het kroonvolume geeft mogelijk totaal verlies.
Uitgebreidere beschrijvingen van de boven- en ondergrens staan in het boek van de Leidraad. Neem een licentie zodat u volledig op de hoogte raakt.
