De grondslag voor de Leidraad bij Boomschade (juridisch)

Carpinus betulus Fastigiata
Om dit te beoordelen, is inzicht in de wettelijke bepalingen nodig. Kort samengevat:
Schade
Schade is het nadeel of verlies dat iemand lijdt door een gebeurtenis, handeling of nalatigheid, waardoor een beschermd recht - eigendom - wordt aangetast.
Schadevergoeding
Schadevergoeding is de vergoeding die een aansprakelijke partij moet betalen om de geleden schade te herstellen of te compenseren. Dit kan in natura of in geld.
Op geld waardeerbaar
Op geld waardeerbaar betekend dat het nadeel dient te kunnen worden omgerekend naar een geldbedrag, dat geldbedrag kan ook bij benadering zijn.

Carpinus betulus Fastigiata
Belangrijke wettelijke artikelen zijn onder andere:
- Artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad)
- Artikel 6:95 (vermogensschade)
Bovenstaand lijstje is niet compleet maar geeft wel de belangrijkste artikelen weer.
Jurisprudentie: Hoge Raad uit 2017
In 2017 oordeelde de Hoge Raad over een specifieke boomschade in de zaak Liander tegen gemeente Heiloo. Het ging om wortelschade veroorzaakt door het plaatsen van een elektriciteitskastje. De schade werd toen getaxeerd - op basis van het Rekenmodel NVTB 2010 - op: € 5.318,00. De toelaatbaarheid van het rekenmodel van de NVTB stond in deze zaak centraal.
- De Hoge Raad verlaat hierbij de werkwijze van de NVTB en stelde dat een abstracte en theoretische waardevermeerdering - zoals de NVTB doet - niet meer mag worden toegepast. Maar ook de werkwijze van het inschatten van goede en kwade kansen van toekomstige ontwikkelingen bij bomen zoals de NVTB veelvuldig doet dient te worden verlaten. De Hoge Raad stelde dat schade - maar ook de waarde - van een boom concreet en feitelijk dient te worden benaderd. Dat is dus net zoals schade aan alle: De schade begroten op basis van de werkelijk te maken directe kosten voor begeleiding en controle van het zelfherstel plus de eventuele feitelijke herstelkosten, zoals bijvoorbeeld extra snoei, van de onderhavige beschadiging plus eventuele bijkomende kosten zoals verkeersmaatregelen.
Concrete schade:
De schade dient concreet aanwezig te zijn. Een boom dient bijvoorbeeld - bij een Total loss - dus feitelijk dood te zijn. Er mag niet meer worden gesteld dat deze bijvoorbeeld pas over een aantal jaar - waarschijnlijk - dood zal gaan. Of dat de te verwachten levensduur van een boom korter wordt ingeschat.
Partiële schade:
De schade begroten op basis van de werkelijk te maken directe kosten voor begeleiding en controle van het zelfherstel plus de eventuele feitelijke herstelkosten, zoals bijvoorbeeld extra snoei, van de onderhavige beschadiging plus eventuele bijkomende kosten zoals verkeersmaatregelen.
Totaal verlies:
Alle gemaakte kosten vanaf het moment van de aanschaf van de boom en het inplanten van de boom in het verleden plus de kosten van onderhoud en controle tot aan het moment van uitval plus daarnaast ook de kosten van de aanschaf en het inplanten van weer een nieuwe boom met de gebruikelijke plantmaat en bijkomende kosten zoals bijvoorbeeld verkeersmaatregelen.
Kortom: de waardebepaling van boomschade moet concreet en feitelijk zijn, en gelijk zijn aan de methodiek zoals bij alle overige roerende zaken. Dat is dan ook precies de lijn (6:162 BW) welke de Leidraad bij Boomschade nauwgezet volgt.
De NVTB en het Norminstituut wijken daarvan af en beperken zich tot contractuele schade (6:74 BW). Dat kunnen en mogen ze uiteraard doen. Dan moeten wel alle betrokken partijen daar mee instemmen. Maar echter kan deze methoden niet zondermeer worden toegepast bij schades voortkomend uit de onrechtmatige daad (6:162 BW) waar geen overeengekomen contractuele bepalingen van toepassing zijn. Door deze organisaties wordt geen concrete en feitelijke schadebegroting of waardering van de boom gemaakt zoals door de Hoge Raad heeft bepaald. Daardoor zijn de Rekenmethode en het Handboek methoden dus niet (automatisch) van toepassing bij aansprakelijkheid op basis van 6:162 BW maar pas nadat alle betrokken partijen deze vooraf van toepassing hebben verklaard.

De grondslag voor de Leidraad bij Boomschade (financieel)
Bij de Juridische Grondslag staat beschreven wat de Hoge Raad zegt over de voorwaarden en wijze waarop de hoogte van de schade en de waarde van bomen moet worden geregistreerd bij aansprakelijkheid.

Acer x freemannii Autumn Blaze
Hiermee wordt - zo zegt de Hoge Raad -uitgegaan van alle werkelijk gemaakte kosten vanaf het moment van inplant - van een normaal gebruikelijk plantgoed - inclusief alle nadien gemaakte kosten voor onderhoud, verzorging en controle tot het moment van de taxatie of het verlies van de boom. De waarde wordt vastgesteld op basis van feitelijke en concrete gegevens vanuit de praktijk. Dit zijn daarmee dus de werkelijke verkoopprijzen van bomen zoals deze, door boomkwekers, in de praktijk worden gehanteerd.
In taxatie- en/of expertiserapporten dient dat de basis te zijn. De Leidraad helpt u daarbij, met de juiste en concrete informatie. Met de Leidraad weet u precies - op basis van concrete en feitelijke gegevens - hoeveel een boom in euro’s waard is, op basis van de werkelijke
verkoopprijzen en gemaakte kosten, zoals die in de praktijk worden toegepast. Van elke boom - groot, klein, oud, jong mooi of lelijk - weet de Leidraad precies de waarde.
Een boom heeft - bij een boomkweker - bijvoorbeeld een verkoopprijs van € 62, Dit is inclusief de nog te maken kosten voor rooien en afleverklaar maken à € 5,00 per boom. De daarmee verkregen basiswaarde van € 57,09 is de nettowaarde van de boom. Dat bedrag wordt gedeeld door 18,15 (de oppervlakte in cm2 ), waarmee de waarde € 3,15 bedraagt per cm2 hout. Dat zijn de gemaakte kosten (per cm2) om een boom te laten groeien tot de omtrekmaat tot 18 cm. Daar heeft een kweker ongeveer tien jaar voor nodig.
Alle prijzen welke door de Leidraad bij Boomschade worden gehanteerd, komen uit het Prijzenregister spillen en laanbomen, hoofdstuk ‘Driemaal verplante bomen’. Het Prijzenregister spillen en laanbomen wordt jaarlijks, in de maand april, opnieuw uitgebracht met de geactualiseerde concrete verkoopprijzen van de bomen tot de omtrek van maximaal 18 cm.
de Bakker Expertisebureau geeft al ruim twintig jaar jaarlijks dit Prijzenregister uit en verspreidt deze onder geabonneerde boomkwekers. Daarvoor werd het indicatieve kostprijzenboekje gedurende vele tientallen jaren uitgegeven door de boomteeltorganisaties. Nog steeds is voor individuele boomkwekers is het Prijzenregister richtinggevend bij het bepalen van de verkoopprijzen. De boomkweker kan in zijn prijzen weliswaar afwijken, maar gemiddeld zal het prijsniveau zijn zoals in het hoofdstuk ‘Driemaal verplante bomen’ staat vermeld.
Het Prijzenregister van 2025, met daarnaast de verkoopprijzen van enkele soorten van de driemaal verplante esdoorns (Acer).


Deze bedragen zijn de uitgangspunten voor de Leidraad bij Boomschade. Van de meest gangbare laanbomen die in Nederland worden verhandeld staan de prijzen vermeld in het Prijzenregister. Hiermee is de waarde per vierkante centimeter bepaald. Hoe dikker de boom en hoe meer vierkante centimeters, hoe hoger de waarde. Dat betekent: hoe ouder de boom hoe hoger de waarde. De duurste boom met een stam omtrek van 250 cm kan wel € 40.854,00 waard zijn. Indien deze ook nog eens is geregistreerd bij de Bomenstichting, kan die waarde verder oplopen naar meer dan € 80.000,00.
De Leidraad bij Boomschade voldoet als enige standaard in Nederland aan de vereisten van het schadevergoedingsrecht. Er wordt gerekend met de daadwerkelijke, in de praktijk gehanteerde verkoopprijzen door boomkwekers. Een taxatie of schade-registratie met behulp van de Leidraad bij Boomschade geeft de zekerheid dat het rapport volledig voldoet aan de wettelijke vereisten op het gebied van schadevaststelling en waardebepaling van bomen bij aansprakelijkheidskwesties. (Niet alle standaarden voldoen daaraan.
